omzien
onzijdig (het)/ˈɔmzin/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) naar ~: zorgen voorEr is niemand die omziet naar de armen in de samenleving.
- (inerg) in terugwaartse richting blikkenToen hij omzag zag hij haar zwaaien.
zelfstandig naamwoord
- een hele korte periodeIn een omzien stonden de tafel en stoelen weer op zijn plek.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek