omzet
/ˈɔmzɛt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (economie) som van alle bruto-opbrengsten (exclusief btw) uit verkoop over een bepaalde periodeBij veel beursgenoteerde bedrijven blijkt de bonus van bestuurders gebaseerd op maatstaven als omzet en winst. Het zijn factoren die gemakkelijk te masseren zijn, weinig zeggen over de prestaties van bestuurders en verkeerd gedrag kunnen uitlokkenDe tabaksverkoop maakt een flink deel uit van de omzet van pompshops
Etymologie
*, ómzet: zonder de uitgang -en
Vertalingen
Engelssale, turnover
Spaansmovimiento de caja
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek