omvliegen

/ˈɔmvliɣə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) snel voorbijgaan
    Tjonge! Wat is die avond omgevlogen
werkwoord
  1. ov (ov) (ergens) omheen vliegen
    Een wolk muggen omvloog de veelgeplaagde reizigers.