omrastering

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets wat belemmert een gebied in- of uit te gaan
    Op het bijna 20.000 vierkante meter grote complex mag elk tuintje op eigen grond een berging, kasje en omrastering hebben van maximaal een meter hoogte. Het betekent dat volkstuinders in tijgersluipgang door de plastic boogkasjes sluipen om hun plantjes te verzorgen. Tubantia 22-05-11 [https://www.tubantia.nl/enschede-e-o/oase-wil-af-van-middeleeuwse-toestanden~a6c3b539/ Oase wil af van middeleeuwse toestanden]
    In de holeshot waren een aantal rijders op elkaar geklapt, onder wie de Nederlander Nick Kouwenberg, de Brit Tommy Searle en de Rus Evgeny Bobryshev. Een van hun motoren vloog zelfs over de omheining en belandde op de omrastering van een VIP-ruimte. De Telegraaf 10 sep. 2017 [https://www.telegraaf.nl/sport/342864/herlings-declasseert-wereldtop-op-assen Herlings declasseert wereldtop op Assen]
    ‘Dit huis heeft ook een nobele missie. Ik vind het cruciaal dat wie bouwt, ook beseft dat je zwierig kan wonen op een kleine kavel. Je kan verdomd mooi bouwen op een betaalbaar perceel van vijf are. Bij Jos en Els merk je dat het huis een esthetisch geheel vormt met de bestrating en omheining. Jammer genoeg zien we dat nog niet zo vaak in ons verkaveld Vlaanderen, met groene omrasteringen en nieuwbouw die netjes op drie meter van de draad wordt neergepoot. Dat doet me bibberen.’ De Standaard 14 JANUARI 2017 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20170112_02670382 Klein perceel, groots wonen]

Etymologie

* van omrasteren

Vertalingen

Engelstrellis work, fence