omnibus
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (letterkunde) verzameling verhalen, romans in één bandDe verhalen zijn gebundeld in een omnibus.
- (geschiedenis), (transport) vroeger voor het openbaar vervoer gebruikt rijtuig, getrokken door paarden
- (spoorwegen) stoptrein
Etymologie
*Van Latijns omnibus, zie omni-
Vertalingen
Engelsomnibus
Spaansómnibus
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek