omnibus

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. letterkunde (letterkunde) verzameling verhalen, romans in één band
    De verhalen zijn gebundeld in een omnibus.
  2. geschiedenis, transport (geschiedenis), (transport) vroeger voor het openbaar vervoer gebruikt rijtuig, getrokken door paarden
  3. spoorwegen (spoorwegen) stoptrein

Etymologie

*Van Latijns omnibus, zie omni-

Vertalingen

Engelsomnibus
Spaansómnibus