ommetje

onzijdig (het)/ˈɔməcə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleine rondwandeling, korte tocht die weer bij het vertrekpunt eindigt
    Ik ga na het eten altijd even een ommetje maken.

Etymologie

*; afɡeleid van "om"

Vertalingen

Engelswalk, stroll
Spaanspaseo
Deensgåtur