omkrullen

/ˈɔmkrʏlə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. intr (intr) aan de buitenkant wat naar binnen buigen, een wat opgerolde vorm aannemen, een krul vormen
    omkrullen als een dor blaadje
  2. ov (ov) aan de buitenkant naar binnen verbuigen, enigszins oprollen, een krulvorm geven
    (...) plakjes bladerdeeg in een vierkant aan elkaar drukken en de rand omkrullen (...)
  3. ov (ov) rond iets of iemand de vorm van een of meer spiralen aannemen, met krullen omringen
    Gitzwarte haren omkrullen haar beeldschoon gelaat.