omen

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voorteken
    Ruttes steun is een slecht omen. Eerst Verheijen, nu Opstelten en in zijn kielzog Teeven: de ‘volledige steun van de premier’ levert blijkbaar een snel opstappen op. NRC J. Tolsma 12 maart 2015

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘voorteken’ voor het eerst aangetroffen in 1805

Uitdrukkingen

  • nomen est omende naam zegt het al