ombuigen

/ˈɔmbœyɣə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. intr (intr) een gebogen stand aannemen
    Door de harde storm waren wat lantaarnpalen omgebogen
  2. ov (ov) verbuigen
  3. ov, politiek (ov) (politiek) wijzigen, bezuinigen
    we zullen de uitgaven moeten ombuigen

Vertalingen

Engelsbend
Spaansarquear, doblar, doblarse