ombuigen
/ˈɔmbœyɣə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (intr) een gebogen stand aannemenDoor de harde storm waren wat lantaarnpalen omgebogen
- (ov) verbuigen
- (ov) (politiek) wijzigen, bezuinigenwe zullen de uitgaven moeten ombuigen
Vertalingen
Engelsbend
Spaansarquear, doblar, doblarse
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek