ombinden

/ˈɔmbɪndə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iets bevestigen door bindsels rond een bestigingspunt te wentelen
    Het ooglapje werd omgebonden en het piratenkeppeltje werd opgezet.
werkwoord
  1. ov (ov) bedekken met bindsels
    Elk wondje werd ombonden; hij zag eruit als een mummie.