Olm

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) benaming voor loofbomen uit het geslacht van de iepenfamilie
    De uil zat in de olmen, bij het vallen van de nacht en achter gindse heuvels, daar riep de koekoek zacht ...
  2. salamanders (salamanders) een salamander uit de familie olmachtigen (Proteidae)

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘iep’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1276

Vertalingen

Engelselm
Spaansolmo