oliesteen

mannelijk (de)/ˈoliˌsten/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) slijpsteen voor fijn gereedschap, gemaakt van wat zachtere steensoort die met vloeibaar vet doordrenkt wordt
    Zijn vader had hem weer eens op pad gestuurd: ‘Ga een nieuwe akst voor me kopen en anders een nieuwe wetsteen’ - of met een soortgelijke opdracht. Leon besefte terdege dat het zijn vader daarbij niet om de boodschap te doen was - de man was niet slecht ter been, hield van een praatje met de smid en bezat nog een zo goed als onuitgesleten oliesteen.