oliepalm
mannelijk (de)/ˈoliˌpɑlᵊm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) oorspronkelijk uit tropisch Afrika afkomstige vederpalm waarvan de vruchten palmolie leveren. Indertijd hebben de Nederlanders 13 exemplaren van deze palm meegenomen naar het toenmalig Nederlands-Indië. Vanuit 's Lands Plantentuin te Buitenzorg in Nederlands-Indië is deze palm verspreid geraakt over heel Zuidoost-Azië. Palmolie wordt gebruikt in margarine, frituurolie, aardappelchips, tarochips, sauzen en koekjes, als grondstof voor zeep en andere detergenten, voor biodiesel en voor de opwekking van zogeheten groene stroom
Vertalingen
Franspalmier à huile
Spaanspalma de aceite
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek