oliedrum

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vat waarin men aardolie kan bergen
    Ik vond een roestige oliedrum, dreunend van de vliegen, waar ik het luierpakketje in deponeerde.
    Na de omgekeerde trechter gaat oliebedrijf BP een 'hoge hoed' inzetten tegen de olievlek die de Amerikaanse Golfkust bedreigt. De nieuwe stop is een stuk kleiner (ongeveer de grootte van een oliedrum) dan het 100 ton zware gevaarte dat er afgelopen weekend niet in slaagde het olielek op de zeebodem te dichten.
  2. muziekinstrument gemaakt van een vat waarin men aardolie kan bergen