oktober

mannelijk (de)/ɔkˈtobər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tijdrekening (tijdrekening) de tiende maand van het jaar
    De sterrenbeelden voor oktober zijn Weegschaal en Schorpioen.
    De eerste versie van Zappas' Olympische Spelen werd verspreid over een aantal weekeinden, georganiseerd in oktober 1859.
    De laatste crash, van de Europese lander Schiaparelli, vond ruim vier jaar geleden plaats, in oktober 2016.

Etymologie

*Van het Latijnse mensis October (de achtste maand). Het Romeinse jaar begon oorspronkelijk met de maand maart, waardoor oktober dus de achtste maand was.

Vertalingen

EngelsOctober
Fransoctobre
DuitsOktober
Spaansoctubre
Italiaansottobre
PortugeesOutubro, outubro
Russischоктябрь
Chinees十月
Japans10月
Koreaans시월
Arabischأكتوبر
Turksekim
Poolspaździernik
Zweedsoktober
Deensoktober