oelema
mannelijk (de)/uləˈma/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- moslim die na een opleiding in de islamitische leer binnen de islam met gezag uitspraken kan doen over theologische en juridische vraagstukken
Etymologie
*via "علما" (oelema) van "علماء" (oelama) "geleerden", dus eigenlijk een meervoudsvorm
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek