oelema

mannelijk (de)/uləˈma/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. moslim die na een opleiding in de islamitische leer binnen de islam met gezag uitspraken kan doen over theologische en juridische vraagstukken

Etymologie

*via "علما‎" (oelema) van "علماء" (oelama) "geleerden", dus eigenlijk een meervoudsvorm