oehoes
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (uilen) een geslacht van vogels uit de familie van de uilen (Strigidae). De wetenschappelijke naam van het geslacht werd in 1805 voorgesteld door André Marie Constant Duméril
Etymologie
* "oehoe" met de uitgang -s
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek