oefening
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- activiteit die erop gericht is om een vaardigheid te leren of te verbeterenDe oefening bleek toch zwaarder dan gedacht.Sportgeschiedenis functioneert al te vaak als een oefening in nostalgie voor mannen van middelbare leeftijd.
Etymologie
* van oefenen
Uitdrukkingen
- Het is einde oefening — Het is afgelopen
- Oefening baart kunst — Men leert iets door het te oefenen
Vertalingen
Engelsexercise
Fransexercice
DuitsÜbung
Spaansejercicio, práctica
Poolsćwiczenie
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek