oefendag

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een dag waarop men een vaardigheid kan trainen
    Bij de marine neemt het aantal vaardagen af. Bovendien kunnen de zeestrijdkrachten minder trainen in het Caribisch gebied. De landmacht heeft minder oefendagen, de luchtmacht minder vlieguren. „Deze maatregelen raken vooral de mogelijkheden om operaties voort te zetten en gelijktijdig uit te voeren”, schrijft minister Hennis (Defensie) aan de Tweede Kamer.de Telegraaf NIELS RIGTER 08 jun. 2016
    Hulpdiensten plannen acht oefendagen voor Sail: Het grote nautische evenement Sail trekt meer dan een miljoen bezoekers naar Amsterdam. Om goed voorbereid te zijn tijdens het vijfdaagse spektakel dat in augustus plaatsvindt, trekken brandweer, politie, havendienst, Rijkswaterstaat en Waternet acht dagen uit voor een uitgebreide oefening op het IJ.de Telegraaf 01 apr. 2015
    Het Watersportverbond heeft vorig jaar een pilot sluisvaren in Limburg gehouden: een oefendag voor de leden, waarbij ervaren trainers hen hielpen bij het in- en uitvaren van en aanmeren in de sluiskolk.de Telegraaf 25 feb. 2013