ocelot

mannelijk (de)/ˌosəˈlɔt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. roofdieren (roofdieren) bepaald soort zoogdier, , een kleine katachtige, behorende tot de groep van de pardelkatten

Etymologie

*via "ocelot" en "ocelote" van "ocelotl", in de betekenis van ‘katachtige’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1770

Vertalingen

Engelsocelot
Fransocelot
DuitsOzelot
Spaansocelote, cunaguaro, gato onza
Italiaansocelotto, ocelot, gattopardo
Portugeesjaguatirica, ocelote
Russischоцелот
Chinees虎貓
Japansオセロット
Koreaans오셀롯
Turksoselo
Poolsocelot
Zweedsozelot
Deensozelot