oceaanbodem

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de bodem van een oceaan
    Foraminiferen zijn piepkleine zeedieren, en als ze doodgaan blijven hun kalkskeletjes als sediment op de oceaanbodem bewaard.
    De kokospalmen zorgden voor schaduw en melk, de oceaanbodem was bedekt met schelpen, het zand was fijn als poeder en had de kleur van zongerijpte tarwe, terwijl er zelfs in de schaduw een omhullende, doordringende warmte in de lucht hing die zo anders aanvoelde dan de wankelmoedige Noord-Europese hitte, die altijd – zelfs hartje zomer – geneigd is te wijken voor een assertieve, heerszuchtige kilte.