oblaat

mannelijk/vrouwelijk (de)/obˈlat/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hostie, ouwel
  2. avondmaalsbrood
  3. lid van een katholieke kloosterorde of iemand die van plan is om daar lid van te worden
    De pater Oblaat sprak hun taal, schreef boeken over hun eeuwenoude tradities en cultuur en werkte zich op tot een gereputeerd en alom gerespecteerd innu-deskundige.
  4. afgeplatte bol

Etymologie

* uit het Latijn

Vertalingen

DuitsHostie, Oblate, Abendmahlsbrot