o.t.t.

mannelijk (de)/ˈɔɱvɔltojˌtɛɣə(n)ˌwordəɣəˌtɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. grammatica (grammatica) vorm van de tegenwoordige tijd, vooral gebruikt voor een handeling of toestand die gaande is
    De o.t.t. van het werkwoord zijn is ben, bent, is en zijn.

Etymologie

*(afkorting) onvoltooid tegenwoordige tijd

Vertalingen

Engelspresent tense
Fransprésent
Russischнастоящее время