nylon

/ˈnɛilɔn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheikunde (scheikunde) tot de polyamiden behorende synthetische thermoplastische uit vezels bestaande kunststof
    Maandenlang had ik alle specificaties van tenten bestudeerd: gewicht, ruimte, kosten, duurzaamheid, dubbelwandig, enkelwandig, vrijstaand, camouflagemotief, cuben fiber en nylon.
  2. gemaakt van nylon

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘kunststof’ voor het eerst aangetroffen in 1946

Vertalingen

Engelsnylon
Spaansnailon, nilón