nurse
vrouwelijk (de)/nʏːrs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) vrouw die kinderen verzorgtNietwaar? als men barones is, en een rijke vader heeft, en een nurse, en een pony om op te rijden, dan heeft men toch ook spieren.De donkere sjaal van een nurse fladderde over de rotsen en achter haar volgde het tengere figuurtje van een kind.
- (beroep) vrouw die verpleegkundige isNurse Sylvia is heel wat gewend. Ooit als jongste zuster naar Cuevas gestuurd. Ze was het laatst in dienst gekomen en nu de nurse in Cuevas was overleden moest zij maar, van het ziekenhuis in Santa Cruz, naar Cuevas, meer dan twee uur autorijden verderop.Om nog enige privacy te garanderen wordt er een stuk zwart landbouwplastic opgehangen waarachter nurse Theresa en ik de patiënten zien.
Etymologie
*van "nurse"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek