woorden
boek
Start
›
N
›
nurk
nurk
mannelijk (de)
/ˈnʏrᵊk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
een vervelend, nors, knorrig, kwaadaardig persoon
Etymologie
*(nomact) van "nurken"
Synoniemen
zeurkous
knorrepot
iezegrim
grompot
brompot
brombeer
wreedaard
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← Nuria's
nurken →