nubuck

onzijdig (het)/ˈnʏbʏk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zacht rundleer dat lijkt op suède maar wat steviger is
    Materialen als tuigleer en nubuck worden verwerkt in hoeden en zitmeubels, zachte wollen capes en plaids met folkorepatronen en handgemaakte houten schalen.

Etymologie

* uit het Engels

Vertalingen

Engelsnubuck