notenmuskaat

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈnotəmʏsˌkat/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. specerij (specerij) gemalen kern van de vrucht nootmuskaatboom
    Heden ten dage zijn we vertrouwd met het gebruik van notenmuskaat in allerhande bereidingen. We appreciëren haar aromatische geur en haar prikkelende smaak.

Etymologie

*van Middelnederlands "notemusscate" / "note muscate", op te vatten als