notenkraker

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gereedschap (gereedschap) een werktuig dat het kraken van noten vergemakkelijkt
    Mag ik die notenkraker even?
    Alleen al het inkopen doen voor de kerstmaaltijd. En het je herinneren hoe het zat met dadels en speculaas, het dopen van stukjes brood in hambouillon, varkenspootjes, stokvis met piment en witte saus op Zweedse wijze of spek in eigen vet, mosterd en doperwtenpuree op Noorse wijze, welke soorten noten verplicht waren — en op het laatste moment op kerstavond zelf notenkrakers aanschaffen —, rolham, haring en rijstebrij.
  2. zangvogels (zangvogels) een vogel van het geslacht dat voorkomt in de bossen van Eurazië en Noord-Amerika
    Notenkrakers leven voornamelijk van de zaden in dennenappels.

Vertalingen

Engelsnutcracker
Franscasse-noisettes
DuitsNussknacker
Spaanscascanueces