norbertijn
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) kloosterling van de in 1121 door de Heilige Norbertus gestichte orde van Prémontré
Etymologie
* In de betekenis van ‘monnik van de orde van de H. Norbertus’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1710
Vertalingen
Spaansmostense, premonstratense
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek