noordelijken

meervoud/ˈnordələkə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geschiedenis (geschiedenis) degenen die afkomstig waren uit de staten die zich verzetten tegen de slavenhoudende staten die zich van de VS willen losmaken
    De Amerikaanse burgeroorlog werd uiteindelijk door de noordelijken gewonnen.
werkwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) (van wind) door draaien meer uit het noorden gaan waaien

Etymologie

*: "zuidelijk"