nippel

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. biologie (biologie) een tepel
  2. werktuigbouwkunde (werktuigbouwkunde) een hol koppelstukje, meestal om een slang of buis op aan te koppelen
    Twee buizen koppelt men inwendig met een nippel, uitwendig met een mof.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘metalen mof’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1901

Vertalingen

Engelsteat, nipple, nipple
Fransdouille
DuitsNippel