nieuwkomer
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- nieuweling, noviet, rekruut, debutant, groentje, beginneling, allochtoonDe afgelopen twee jaar is de gemiddelde kale huurprijs voor nieuwkomers met 29 procent gestegen. [http://www.nu.nl/geldzaken/4024049/sociale-huurwoning-belandt-steeds-vaker-vrije-markt.html www.nu.nl]
Etymologie
*Samenstellende afleiding van nieuw en de stam van komen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek