woorden
boek
Start
›
N
›
nieuwheid
nieuwheid
vrouwelijk (de)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
het feit dat iets nieuw is
De nieuwheid is er snel vanaf.
Etymologie
*afgeleid van nieuw
Vertalingen
Engels
novelty
Spaans
novedad
Verwante woorden
nieuw
nieuw annerveen
nieuw beerta
nieuw erf
nieuw heeten
nieuw namen
nieuw scheemda
nieuw weergevondenweg
nieuw- en sint joosland
nieuw-amsterdam
nieuw-annerveen
nieuw-balinge
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← Nieuwgrieks
nieuwheidsonderzoek →