nieuwelinge
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vrouwelijke beginnerNeel Seelig had de moed niet er op af te dalen en de oudsten reden met hun jongens of lieten zich trekken; Anna en Marietje en Marijtje waren lange meiden al en Leentje was er en de nieuwelinge.
Etymologie
*afleiding van nieuweling
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek