nieuwelinge

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vrouwelijke beginner
    Neel Seelig had de moed niet er op af te dalen en de oudsten reden met hun jongens of lieten zich trekken; Anna en Marietje en Marijtje waren lange meiden al en Leentje was er en de nieuwelinge.

Etymologie

*afleiding van nieuweling