nier

mannelijk/vrouwelijk (de)/nir/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) een van beide organen in de onderrug die het bloed zuiveren van afvalstoffen en deze uitscheiden in de urine
    De meeste mensen bezitten twee nieren en kunnen er daarvan één missen. Zelfs als reserveonderdeel is die extra nier niet nodig.
  2. voeding (voeding) gerecht bereid uit dierlijke organen die het bloed zuiveren
    Als Joyces Leopold Bloom, terug van de slager, een nier bakt en in de werveling van geuren staat, sist de nier in de pan, stijgen de aroma’s om hem op (…)

Etymologie

*(erfwoord) via Middelnederlands "niere" van Oudnederlands "nieri", eind 13e eeuw aangetroffen als eerste deel in de samenstelling "nieribeddi" en in de betekenis van ‘een orgaan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287

Vertalingen

Engelskidney
Fransrein
DuitsNiere
Spaansriñón
Italiaansrene
Turksböbrek
Poolsnerka
Zweedsnjure