nicotine
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌnikoˈtinə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheikunde) vloeibaar, scherp en vluchtig alkaloïde in tabak, een zeer krachtig vergif, dat eerst opwekt en later verlammend werktNicotine is de oorzaak voor veel hart- en vaatklachten en kanker; een kwart van de stevige rokers (meer dan twintig sigaretten per dag) haalt de 65 jaar niet.
Etymologie
*van "Nikotin", afgeleid van de wetenschappelijke naam van de tabaksplant , als naam in 1828 voorgesteld door de Duitse arts en de Duitse scheikundige , in de betekenis van ‘alkaloïde in tabak’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1842 De naam van het plantengeslacht is een (eponiem) in 1564 voorgesteld door de Franse arts dat verwijst naar de 16e eeuwse Franse diplomaat en woordenaar die een rol speelde bij het bekend maken van tabak in Europa.
Vertalingen
Engelsnicotine
Fransnicotine
Spaansnicotina
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek