nevens

/ˈnevəns/

Betekenis

voorzetsel
  1. verouderd (verouderd) naast, en ook
    "Nevens den bijenkorf" is de titel van een gedicht van Nicolaas Beets.
  2. : naast
    De diligence waar hij nevens stond.

Etymologie

*van Middelnederlands "neffens" / "neven", op te vatten als afgeleid van "neven"