neurotransmitter

mannelijk (de)/ˈnørotrɑnsˌmɪtər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. biochemie (biochemie) een chemische stof die fungeert als overbrenger van de zenuwprikkel
    Er zijn meer dan honderd neurotransmitters bekend.

Etymologie

*afgeleid van transmitter

Vertalingen

Engelsneurotransmitter
Spaansneurotransmisor