neukpaal
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de penis van een manDan, hoogverrader, blijkt dat jij niet staan zal.Mijn slechtste deel, voortaan mijn meest gehate,Banale neukpaal, waar langs alle stratenEen hoer haar jeukend kutwerk klaar op sjort
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek