netvleugelige

mannelijk/vrouwelijk (de)/nɛtˈfløɣələɣə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dierkunde (dierkunde) benaming voor insecten uit de orde , die dakpansgewijs over elkaar liggende, doorschijnende vleugels hebben met een zichtbaar patroon van zich naar de rand vertakkende aders
    De mierenleeuw, Myrmeleon formicarius, is een netvleugelige. Dat is een groep insecten waar ook de gaasvliegen en de kameelhalsvliegen toe behoren.

Etymologie

*: "netvleugelig" met de uitgang -e