netspel

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het spelen bij het net tijdens een tennispartij
    Bertens weet, ondanks het gemis van het glijden, veel ballen terug te krijgen. En met haar slice, dropshots en netspel kan ze nu schaken op gras. Tubantia 28 jun. 2019 [https://www.tubantia.nl/sport/bertens-hard-onderuit-in-halve-finale-tegen-pliskova~a76915c2/ Bertens hard onderuit in halve finale tegen Pliskova]
    Clijsters wil nieuwe accenten in haar tennis leggen. 'Ik heb extra gewerkt aan mijn netspel. Vroeger was ik wat bang van het net. Ik teerde op mijn basisslagen, maar tegen Justine Henin en Mauresmo leerde ik dat je belangrijke punten kunt maken aan het net.' De Standaard 08/08/2009 door loa [https://www.standaard.be/cnt/dmf08082009_053 Clijsters speelt opener tegen Marion Bartoli]