nerf
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (biologie) verdikte, van de steel uitgaande vaatbundel in een blad, bladnerf
- structuur van houtvezels in de lengterichting van de stam, houtnerf
- structuur van vezels in papier
- de oneffenheid op leer of een dierenhuid
- zenuw
Etymologie
* In de betekenis van ‘oneffenheid in leer’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599
Vertalingen
Engelsrib, vein
Spaansnervadura, vena, nervio
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek