nerf

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. biologie (biologie) verdikte, van de steel uitgaande vaatbundel in een blad, bladnerf
  2. structuur van houtvezels in de lengterichting van de stam, houtnerf
  3. structuur van vezels in papier
  4. de oneffenheid op leer of een dierenhuid
  5. zenuw

Etymologie

* In de betekenis van ‘oneffenheid in leer’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599

Vertalingen

Engelsrib, vein
Spaansnervadura, vena, nervio