neopreen

onzijdig (het)/ˌnejoˈpren/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. synthetische, waterdichte, goed isolerende rubbersoort
    Een gebreide trui en een schoen uit de lente 2010 collectie. Dat model hebben we nu voorzien van een rits en een aquasok van neopreen”.
  2. gemaakt van neopreen
    Alle bekabeling die de organisatie jaarlijks gebruikt bij het groots opgezette tentfeest in het laatste volle weekend van juni, is nu verdwenen. Het gaat om een aantal zwaar uitgevoerde neopreen kabels en verlengsnoeren, verdeeldozen en andersoortige bekabeling.
    Beide hoogleraren zijn het erover eens dat het voor ieder gezond persoon mogelijk is om in elk geval 50 meter te zwemmen in ijskoud water. "Langere afstanden zijn wel mogelijk, mits je een neopreen zwempak aan hebt," geeft Kuipers aan.

Etymologie

* afleiding van neopreen