nekken
/ˈnɛkə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) noodlottig worden; letterlijk: iemand de nek te brekenDie laatste windvlaag heeft hem net genekt en hem van de weg doen belanden.
Etymologie
* afgeleid van "nek" , in de betekenis van ‘doden, de genadeslag geven’ aangetroffen vanaf 1560
Vertalingen
Spaansacogotar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek