negerzoen

mannelijk (de)/ˈnɛɣərˌzun/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. lekkernij, bestaande uit een rond wafeltje, een bolletje schuim (van suiker en ei) en een overkapping van chocolade
    Met zijn verjaardag trakteerde hij op negerzoenen.

Etymologie

*, in de betekenis van ‘met geklopt eiwit gevuld koekje, overtrokken met chocolade’ aangetroffen vanaf 1950

Vertalingen

Engelsmallomar, whippet
Franstête de nègre
DuitsNegerkuss
Spaansbeso de moza