negen

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈneɣə(n)/

Betekenis

telwoord
  1. "9", het getal tussen acht en tien
  2. om een hoeveelheid aan te geven
    De totale kosten bedragen negen euro en zevendertig cent.
  3. om een plaats in een volgorde aan te geven
    Het juiste antwoord op opgave negen is "42".
    Ik zette er flink de pas in en na een tijdje begon ik bijna te rennen want ik kon de hamburgers al ruiken! ’s Ochtends om tien over negen viel ik het beroemde café binnen en zette met een zucht mijn rugzak op de grond.
zelfstandig naamwoord
  1. het cijfer 9
    Omdat hij het papier ondersteboven hield, werd de zes een negen.
  2. dat wat in een (rang)ordening met 9 is aangeduid
    Het is weer de negen die het niet doet, kunnen we die niet simpel vervangen?
    Ze had een mooi rapport met allemaal achten en zelfs een negen.
  3. groep van 9 eenheden
    De negen zijn natuurlijk blij, maar laten we ook denken aan het verdriet van de vier die zijn afgewezen.

Etymologie

*(erfwoord) via Middelnederlands """ van Oudnederlands "nigon" / "neune", als telwoord aangetroffen vanaf 507-800

Vertalingen

Engelsnine
Fransneuf
Duitsneun
Spaansnueve
Italiaansnove
Portugeesnove
Russischдевять
Chinees
Japans
Koreaans아홉, 구
Arabischتسعة
Turksdokuz
Poolsdziewięć
Zweedsnio
Deensni