neerstrijken

/ˈnerstrɛikə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. glad maken
  2. ergens gaan zitten of wonen, je ergens vestigen
    Na vele jaren zwerven zijn wij in Almelo neergestreken.
  3. iets naar beneden halen
    De vlag neerstrijken.
  4. dalen en landen van vogels
    Zondagochtend organiseert IVN een ‘winterse bomenwandeling’ in Broek in Waterland, een dorpje vlak boven Amsterdam. Dat dit als een van de mooiste dorpjes van Nederland wordt beschouwd komt niet alleen door de grijs geschilderde houten huizen, de vele watertjes of de veenweidegebieden rondom (waar het in het voorjaar nog wemelt van de grutto’s en waar ’s winters duizenden ganzen neerstrijken) maar ook door de vele, vaak monumentale bomen die hier staan. In de winter worden hun mooie vormen en prachtige kronen zichtbaar. Met een beetje geluk worden ook nog ‘roestende’ ransuilen gezien. NRC Saskia van Loenen 15 december 2016