neerschieten

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) door te schieten op de grond doen belanden
    Er zijn bij de Berlijnse Muur heel wat mensen neergeschoten.
    Behalve dan dat de twee waarnemers zich, op het moment dat ze zo laag mogelijk gebukt vooruitkwamen, als konijnen lieten neerschieten. Eerst vielen er drie schoten en daarna een diepe stilte; de zaak was wat de vijand betreft afgedaan. {{Aut|Lemaitre, Pierre
    Maar Harald? Ontvoerde landgenoten, geboeid bij een graf, neerschieten? Of hoe die rechtse partijgangers het in de praktijk ook aanpakten.