nectar

mannelijk (de)/ˈnɛktɑr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. suikerrijke vloeistof die door veel planten wordt geproduceerd
  2. mythologie (mythologie) drank van de goden in de Griekse mythen
    In de Griekse mythologie is nectar de drank van de goden en ambrozijn de spijs van de goden.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘godendrank’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1579

Vertalingen

Engelsnectar
Fransnectar
DuitsNektar